Inleiding

In Nederland is de tuchtrechtelijke afhandeling van vastgestelde dopingovertredingen een verantwoordelijkheid van de sportbonden. Een klein aantal sportbonden maakt hiervoor gebruik van ‘eigen’ tucht- en beroepscommissies, maar een groot (en groeiend) deel van de bonden maakt hiervoor gebruik van het Instituut Sportrechtspraak (ISR), dat inmiddels namens bijna 90% van de bonden rechtspreekt in dopingzaken.

De positie van de Dopingautoriteit in tuchtprocedures

De tucht- en beroepscommissies zijn in hun besluitvorming onafhankelijk van de Dopingautoriteit. Dit betekent niet dat de Dopingautoriteit niet nauw betrokken is bij de tuchtrechtspraak in dopingzaken. Immers, de Dopingautoriteit heeft de taak zorg te dragen voor een correcte tuchtrechtelijke afhandeling van dopingzaken in Nederland, in overeenstemming met de World Anti-Doping Code en de daarop gebaseerde Nederlandse dopingreglementen. De dopingreglementen van de sportbonden en het ISR hebben de verschillende taken van de Dopingautoriteit in tuchtprocedures omschreven en vastgelegd. Die taken zijn enerzijds gericht op het ondersteunen en adviseren van tuchtcolleges bij de toepassing en interpretatie van de dopingreglementering, en anderzijds op het (kunnen) corrigeren van uitspraken die in strijd zijn met die regelgeving.
De begeleidende rol komt vooral tot uiting in de inbreng van de Dopingautoriteit tijdens de tuchtrechtelijke behandeling: de Dopingautoriteit neemt kennis van het dossier, neemt schriftelijke conclusies waarin alle relevante reglementaire aspecten worden behandeld en toegelicht, en de Dopingautoriteit is aanwezig tijdens hoorzittingen en voert daar het woord.

De corrigerende rol komt vooral tot uiting in het beroepsrecht dat de Dopingautoriteit in alle dopingzaken heeft, zowel bij nationale beroepscommissies als bij het Court of Arbitration for Sport (CAS) in Lausanne. Daarnaast heeft de Dopingautoriteit het recht om zelfstandig – zonder inschakeling van een bondsbestuur – aangifte te doen bij de tuchtcommissie van een bond. In 2020 heeft de Dopingautoriteit in geen enkele zaak beroep aangetekend bij het CAS.

Rapportage aan WADA en Internationale Sportfederaties

De Dopingautoriteit rapporteert over de tuchtrechtelijke afhandeling van dopingzaken aan WADA, dat ook het recht heeft beroep in te stellen tegen de uitspraken in dergelijke zaken. De rapportage geschiedt door toezending van de schriftelijke uitspraak aan WADA, door het desgevraagd beantwoorden van aanvullende vragen, en door het produceren van aanvullende stukken en van vertalingen van relevante delen uit een dossier. De Dopingautoriteit rapporteert eveneens aan internationale sportfederaties (IF’s). Ook IF’s hebben het recht beroep in te stellen in Nederlandse dopingzaken, maar in 2020 is geen enkele maal door een IF beroep ingesteld tegen een uitspraak van een Nederlands tuchtcollege.

De rapportage over tuchtrechtelijke beslissingen

De navolgende tabel bevat alle drie beslissingen van Nederlandse tucht- en beroepscommissies, gedaan in dopingzaken in het jaar 2020 (waarbij de datum van de uitspraak bepalend is voor opname), alsmede de twee zaken waarin de Dopingautoriteit een sanctievoorstel gedaan heeft dat door de sporter geaccepteerd is.

Tabel 4.1: Tuchtrechtelijke beslissingen en geaccepteerde sanctievoorstellen; stand van zaken bij het afsluiten van het jaarverslag (ISR = Instituut Sportrechtspraak)
Nr.SportBevinding/stofJaar overtredingBeslissing
19/4Cricketmetaboliet van tetrahydrocannabinol (THC)2019Uitspraak Commissie van Beroep ISR:
1 jaar uitsluiting
19/6Karate-dometaboliet van tetrahydrocannabinol (THC)2019Sanctievoorstel Dopingautoriteit geaccepteerd
1 maand uitsluiting
20/1Voetbalbenzoylecgonine2020Tuchtcommissie ISR:
4 jaar uitsluiting. Sporter heeft bezwaar ingesteld.
20/2KrachtsportRitalinic acid; 2α-methyl-5α-androstan-3α-ol-17-one; 17β-methyl-5β-androst-1-ene-3α,17α-diol; 17α-methyl-5β-androstane-3α,17β-diol and 17α-methyl-5α-androstane-3α,17β-diol2020Tuchtcommissie ISR:
4 jaar uitsluiting
20/3KrachtsportRAD1402020Sanctievoorstel Dopingautoriteit geaccepteerd:
4 jaar uitsluiting