De controlepraktijk

Algemeen

In 2011 is verder invulling gegeven aan het antidopingbeleid van NOC*NSF zoals dat in 2007 in nauwe samenwerking met de Dopingautoriteit tot stand werd gebracht. Bij de dopingcontroles is het accent nog verder verschoven in de richting van de absolute top van de Nederlandse sport. Daarnaast heeft de Dopingautoriteit meer gerichte controles in kunnen zetten op specifieke individuen en/of groepen. Het aantal vervolgonderzoeken en specifieke, aanvullende analyses nam verder toe. Keerzijde van een en ander is dat er niet intensief gecontroleerd kon worden op de competitieniveaus net onder de absolute top, al werd ook hier een aantal gerichte controles uitgevoerd.
Veel aandacht is wederom besteed aan de zogeheten “whereabouts-regeling”. Een deel van de topsporters dient, indien zij behoren tot de Nationale of Internationale testing pool, een deel van de dagelijkse activiteiten kenbaar te maken aan de Dopingautoriteit of de Internationale Federatie. De Dopingautoriteit legt de verplichting alleen op aan sporters die een sport met een relatief hoog dopingrisico beoefenen.

Nationale testing pool (NTP)

In het kader van de uitwerking van de nieuwe World Anti-Doping Code 2009 en de daarmee verbonden Internationale Standaarden heeft de Dopingautoriteit in 2009 een Nationale testing pool (NTP) ingericht. Sporters behorend tot deze Nationale testing pool dienen aan een aantal verplichtingen te voldoen, als de sport waarin zij uitkomen een voldoende hoog dopingrisico kent. Zo dienen deze sporters voor het gebruik van eventuele medicijnen vooraf een medische dispensatie aan te vragen. Tevens dienen zij het hele jaar door hun whereabouts op te geven, en zich te informeren over doping door het bijwonen van een voorlichtingsbijeenkomst of door een online voorlichting te doorlopen. In 2011 is het aantal sporters in de NTP –op basis van aangescherpte criteria- verder gereduceerd tot 409 (ultimo 2011), afkomstig uit 17 verschillende sporten. Ook in 2011 dienden deze sporters bij niet meer dan één instantie whereabouts op te geven, hetzij bij de internationale federatie dan wel de Dopingautoriteit. Eind 2011 betrof dit respectievelijk 117 en 292 sporters. Tengevolge van ondermeer Europese data protectie wetgeving kunnen niet alle whereabouts gegevens worden ingezien van sporters wiens whereabouts gegevens buiten Nederland beheerd worden. Het niet kunnen raadplegen van deze whereabouts informatie blijft de uitvoering van het nationale out-of-competitie testprogramma bemoeilijken.

De Dopingautoriteit heeft in 2011 – evenals vorig jaar – ook gebruik gemaakt van de informatie afkomstig van externe bronnen, zoals onder meer websites van nationale en internationale federaties, twitter en facebook. De door de Dopingautoriteit ontwikkelde whereaboutswebsite verschafte zowel algemene als meer gedetailleerde informatie over sporters, teams en trainingslocaties.

Eind 2011 heeft de Dopingautoriteit, in samenwerking met NOC*NSF, InnoSportNL en Logica BV, een Whereabouts app voor mobiele telefoons op de markt gebracht die sporters in staat stelt om op eenvoudige wijze hun whereabouts aan te passen.

Uitgevoerde controles – algemeen

De Dopingautoriteit voerde in 2011 voor de Nederlandse sport dopingcontroles uit in het kader van het Nationaal programma, en daarnaast werden dopingcontroles uitgevoerd in opdracht en voor rekening van derden, waaronder het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA), Internationale Federaties (IF’s) en buitenlandse Nationale anti-doping organisaties (NADO’s). Ook dopingcontroles na het behalen van records en officiële limieten, targetcontroles bij specifieke verdenkingen, en verschillende soorten vervolgonderzoeken vielen onder de verantwoordelijkheid van de Dopingautoriteit.
Niet alleen werden Nederlandse sporters in Nederland gecontroleerd, maar, in opdracht van de Dopingautoriteit, ook door buitenlandse NADO’s in andere landen.

Het Nationaal programma – de principes

Evenals voorgaande jaren hebben VWS en NOC*NSF voor 2011 een geldbedrag beschikbaar gesteld waaruit de kosten van de uitvoering van 2.000 dopingcontroles ten behoeve van de Nederlandse sportbonden voldaan moeten worden. In lijn met het NOC*NSF beleid waren hiervan circa 400 controles gereserveerd voor de uitvoering van zogenaamde targetcontroles, noodzakelijk vervolgonderzoek en voor dopingcontroles na het behalen van records en officiële limieten. Op basis van het met NOC*NSF geformuleerde antidopingbeleid heeft de Dopingautoriteit de overige 1.600 controles verdeeld over de sportbonden. Aan deze verdeling ligt een mathematisch verdeelmodel ten grondslag. In de loop van 2011 is in samenspraak met NOC*NSF de doelstelling van 2.000 controles wegens budgettaire redenen bijgesteld naar 1.900 dopingcontroles.

Het Nationaal programma – de uitvoering

In 2011 zijn 1.965 dopingcontroles als onderdeel van het Nationaal programma uitgevoerd. In alle gevallen betrof het urinecontroles.

De 1.965 dopingcontroles in het kader van het Nationaal programma vonden plaats bij 29 Olympische sportbonden en 17 niet-Olympische sportbonden, in de verhouding 77:23. Bij enkele niet dopinggevoelige sporten zijn geen dopingcontroles uitgevoerd.

Top 5 aantal dopingcontroles Nationaal programma

  1. Wielrennen
  2. Zwemmen
  3. Schaatsen
  4. Voetbal
  5. Atletiek

Het percentage dopingcontroles buiten wedstrijdverband in het kader van het Nationale programma was 45%1 .

1Dit percentage is gelijk aan dat in 2010

Van het totaal van 1.965 dopingcontroles voor de Nederlandse sport werden er 1.257 bij mannen uitgevoerd (64%) en 708 bij vrouwen (36%). Daarmee is de man-vrouw verdeling in 2011 wederom een afspiegeling van de Nederlandse sport2.

2Ook in 2010 ging het om 64% respectievelijk 36%

Dopingcontroles, uitgevoerd voor derden

De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB), de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond (KNSB) en de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) hebben buiten het nationale programma een additioneel dopingcontroleprogramma gefinancierd ten behoeve van de Nederlandse competitie. Verschillende Nederlandse bonden hebben additionele dopingcontroles ingekocht ten behoeve van internationale evenementen in Nederland.
Op basis van opdrachten van derden zijn in totaal 628 dopingcontroles uitgevoerd. Een daling van 16% ten opzichte van 2010.
De extra dopingcontroles waartoe Nederlandse en buitenlandse bonden en organisatoren opdracht gaven, waren voor het overgrote deel controles binnen wedstrijdverband (97%). Bij deze dopingcontroles werden 409 mannen en 219 vrouwen gecontroleerd.

Dopingcontroles - totaal

In totaal (Nationaal programma en controles in opdracht van derden) zijn 2.593 dopingcontroles uitgevoerd. Het betroffen in alle gevallen urinecontroles: de Dopingautoriteit heeft in 2011 op eigen initiatief geen bloedcontroles uitgevoerd.
Het totale aantal van 2.593 dopingcontroles voor de Nederlandse sport is een daling van 8% ten opzichte van 2010 (2.808 dopingcontroles).

Tabel 1 Aantal dopingcontroles
 20102011
Nationaal programma 2.058 1.965
In opdracht van derden 750 628
Totaal 2.808 2.593

Top 5 totaal aantal dopingcontroles

  1. Wielrennen
  2. Schaatsen
  3. Voetbal
  4. Zwemmen
  5. Atletiek
Tabel 2 – Overzicht van het aantal dopingcontroles uitgevoerd in 2011
Sportbond Nationaal programma Overig
Atletiek 125 37
Autosport 0 3
Badminton 11 4
Basketbal 78 0
Biljart 21 0
Bobsleeën 18 0
Boksen 13 14
Bowling 8 0
Bridge 0 10
Cricket 21 0
Curling 5 0
Dammen 0 3
Dansen 12 0
Darts 8 8
Frisbee 0 0
Gehandicaptensport 0 0
Go 0 0
Golf 14 0
Gymnastiek 45 0
Handbal 37 0
Handboogschieten 15 0
Hippische sport 18 0
Hockey 46 16
Honkbal en softbal 117 0
IJshockey 25 0
In- en outdoor bowls 0 0
Jeu de boules 0 0
Judo 73 28
Kanovaren 14 0
Karate-do 13 0
Klim- en bergsport 12 2
Korfbal 50 0
Krachtsport 43 4
Luchtsport 0 0
Midgetgolf 0 0
Moderne en militaire vijfkamp 0 0
Motorsport 68 0
Onderwatersport 0 0
Oosterse gevechtskunsten 2 0
Racquetball 0 0
Redden van drenkelingen 7 3
Roeien 105 14
Rollersports en bandy 14 0
Rugby 46 0
Schaatsen 138 117
Schaken 0 0
Schermen 12 2
Schieten 15 0
Skiën 12 0
Squash 28 8
Taekwondo 20 0
Tafeltennis 6 36
Tennis 16 5
Touwtrekken 0 0
Triathlon 32 2
Voetbal 138 104
Volleybal 38 0
Waterskiën 12 0
Watersport 13 4
Wielrennen 247 193
Zwemmen 154 11

Tabel 3 – Aantal in- en out-of-competition dopingcontroles in 2011
Sportbond In competition Out of competition
Atletiek 97 65
Autosport 3 0
Badminton 15 0
Basketbal 60 18
Biljart 21 0
Bobsleeën 0 18
Boksen 22 5
Bowling 8 0
Bridge 6 4
Cricket 21 0
Curling 0 5
Dammen 3 0
Dansen 12 0
Darts 12 4
Frisbee 0 0
Gehandicaptensport 0 0
Go 0 0
Golf 14 0
Gymnastiek 20 25
Handbal 32 5
Handboogschieten 14 1
Hippische sport 12 6
Hockey 61 1
Honkbal en softbal 53 64
IJshockey 20 5
In- en outdoor bowls 0 0
Jeu de boules 0 0
Judo 65 36
Kanovaren 11 3
Karate-do 8 5
Klim- en bergsport 14 0
Korfbal 24 26
Krachtsport 24 23
Luchtsport 0 0
Midgetgolf 0 0
Moderne en militaire vijfkamp 0 0
Motorsport 30 38
Onderwatersport 0 0
Oosterse gevechtskunsten 0 2
Racquetball 0 0
Redden van drenkelingen 6 4
Roeien 46 73
Rollersports en bandy 4 10
Rugby 36 10
Schaatsen 192 63
Schaken 0 0
Schermen 10 4
Schieten 15 0
Skiën 0 12
Squash 32 4
Taekwondo 17 3
Tafeltennis 42 0
Tennis 10 11
Touwtrekken 0 0
Triathlon 30 4
Voetbal 116 126
Volleybal 33 5
Waterskiën 12 0
Watersport 12 5
Wielrennen 308 132
Zwemmen 88 77

Dopingcontroles die geen doorgang konden vinden

In 2011 heeft in 205 gevallen een dopingcontrole geen doorgang kunnen vinden. In 76% van deze gevallen betrof het out-of-competition controles.

Het gaat hierbij in de meeste gevallen om:

  1. de keren dat een Dopingcontroleofficial (DCO) een opgegeven adres aandoet en de sport(st)er gedurende de uitgezette controleperiode afwezig was, dan wel dat deze niet (meer) op het adres woont.
  2. de keren dat een DCO een (centrale) training of wedstrijd aandoet en deze training of wedstrijd bleek te zijn afgelast of verplaatst zonder dat de Dopingautoriteit hierover vooraf was geïnformeerd.
  3. de keren dat vooraf opgegeven sport(st)ers/selecties afwezig zijn op evenementen, wedstrijden en centrale trainingen.

Als een dopingcontrole geen doorgang kan vinden, wordt zo spoedig mogelijk daarna opnieuw gepoogd de sporter te controleren.

In 2011 zijn in totaal 12 Filing failures (het niet tijdig en volledig opgeven van verblijfsgegevens) en 33 Missed tests (niet aanwezig zijn van de sporter op de opgegeven locatie) toegekend bij 45 verschillende sporters. Bij 16 sporters betrof het een tweede overtreding binnen 18 maanden. In één geval is een Filing failure voor een derde maal binnen 18 maanden bij eenzelfde sporter geconstateerd en is er aangifte gedaan van een overtreding van het dopingreglement op dit punt (zie ook tabel 5).

EPO en aanverwanten

In 475 gevallen zijn de urinemonsters ook op EPO geanalyseerd, 12% minder dan in 2010. Dit gebeurde in verschillende sporttakken waarbij de top drie gevormd werd door wielrennen, schaatsen en voetbal. Tevens werden relevante monsters aanvullend op hexareline en andere groeifactoren geanalyseerd.

Onaangekondigde dopingcontroles

Het totale percentage dopingcontroles buiten wedstrijdverband (‘out-of-competition’) toont in verhouding tot 2010 een lichte stijging en komt op 35%. Nagenoeg alle controles waren onaangekondigd (‘no notice’). Uitzondering wordt slechts gevormd door dopingcontroles naar aanleiding van een behaald record of een limiet, in welke gevallen de sporter of diens bond zelf het initiatief tot de dopingcontrole moet nemen.

Targetcontroles

De Dopingautoriteit heeft de bevoegdheid tot het uitvoeren van zogenaamde targetcontroles. Deze dopingcontroles worden in specifieke gevallen en op basis van vooraf vastgestelde criteria uitgevoerd. In eerdere jaren zijn deze criteria reeds geactualiseerd en verder verruimd waardoor de targetcontroles breder konden worden ingezet. Targetcontroles hebben sportbreed plaatsgevonden, met de nadruk op enkele specifieke sporten.

Mobiel dopingcontrolestation

In 2011 is het Mobiel dopingcontrolestation veelvuldig gebruikt op locaties waar moeilijk een vast dopingcontrolestation is in te richten. Het station is ondermeer ten behoeve van buitensporten als de motorsport, de hippische sport, het wielrennen, en het handboogschieten ingezet. In totaal is het mobiele station bij 10 verschillende sporten ingezet.

De bevindingen

Van de 2.593 afgenomen urinemonsters werd in 2.075 gevallen ook het resultaatmanagement, inclusief eventuele tuchtrechtelijke vervolgstappen, door de Dopingautoriteit verzorgd. In de andere 518 gevallen werd dit door de opdrachtgever (meestal een Internationale federatie) verzorgd.

In 2011 zijn 115 dossiers met afwijkende bevindingen (110 afwijkende A-delen van urinemonsters en 5 niet-analytische bevindingen) bij de Dopingautoriteit geregistreerd.

Het aantal afwijkende bevindingen (inclusief de niet-analytische bevindingen) is met 115 dossiers op de 2.075 beoordeelde dossiers 5,5%.

Dossiers waarvoor specifiek vervolgonderzoek nodig was

Van de 110 dossiers met afwijkende A-delen van urinemonsters gaat het bij 81 dossiers om zaken waarin uitsluitend een T/E ratio groter dan 4 (50×) en/of een afwijkend steroïdprofiel (31×) werd gerapporteerd. Het betreft hier 70% van de afwijkende A-delen. De Dopingautoriteit heeft in 2011 in al deze gevallen de gevalideerde isotopenratio massaspectrometrie analyse (IRMS) geïnitieerd. In alle relevante gevallen toonde het vervolgonderzoek niet aan dat de verhoging door exogene factoren veroorzaakt werd, en werd het resultaat door de Dopingautoriteit als niet belastend afgegeven.

Dossiers die gesloten werden i.v.m. verstrekte medische dispensatie e.d.

In 3 gevallen bleek dat een medische dispensatie was verleend voor het therapeutische gebruik van de aangetroffen dopinggeduide stof. Deze dossiers konden derhalve gesloten worden. In 2 gevallen was de geconstateerde bevinding het gevolg van een anticonceptiemiddel en is het resultaat door de Dopingautoriteit als negatief afgegeven. Tenslotte is er 1 maal een stof aangetroffen die afhankelijk van de toedieningswijze verboden is of niet; ditmaal was de gevonden concentratie in overeenstemming met een toegestane toedieningswijze en had de betrokken sporter het middel ook op het dopingcontroleformulier gezet. Ook dit resultaat is door de Dopingautoriteit als negatief afgegeven (zie tabel 4).
In 5 gevallen is overigens een medische dispensatie voor het therapeutische gebruik van de aangetroffen dopinggeduide stof verleend nadat het dossier al voor tuchtrechtelijke afhandeling aan de verantwoordelijke bond was overgedragen. In die gevallen besluit niet de Dopingautoriteit maar de betreffende bond over het sluiten van het dossier. Deze 5 gevallen zijn zowel in tabel 4 als in tabel 5 verwerkt.

Tabel 4 – Belastende analyseresultaten in 2011, onderbouwd door een (achteraf verleende) medische dispensatie en/of om andere redenen door de Dopingautoriteit gesloten
Sport bevinding/stof aantal afhandeling
Dansen (metaboliet van) methylfenidaat 1 medische dispensatie afgegeven na melding bij bond (niet TP)
Gymnastiek norandrostron 2 bevinding gevolg van toegestaan gebruik anticonceptie-middel
Hockey amfetamine 1 medische dispensatie afgegeven
Hockey terbutaline 1 medische dispensatie afgegeven na melding bij bond (niet TP)
Judo methylfenidaat 1 medische dispensatie afgegeven
Kanovaren metaboliet van methylfenidaat 1 medische dispensatie afgegeven
Klim- en bergsport formoterol  1 medische dispensatie afgegeven na melding bij bond (niet TP)
Rugby metaboliet van methylfenidaat 1 medische dispensatie afgegeven na melding bij bond (niet TP)
Triathlon prednison en prednisolon 1 medische dispensatie afgegeven na melding bij bond (niet TP)
Zwemmen (niet NL) metaboliet van budesonide 1 gevonden concentratie in overeenstemming met een toegestane toedieningswijze
Totaal   11  

Stand van zaken bij het afsluiten van het jaarverslag (TP = Testing Pool)


Indeling volgens WADA Prohibited list

Bij de stoffenindeling op groepsniveau conform de WADA Prohibited list 2011 werd over de voornoemde 110 afwijkende A-delen van urinemonsters in totaal 113 maal een stof en/of een verhoogde T/E waarde, danwel een atypisch steroïdprofiel aangetroffen (2 urinemonsters bevatten (afbraakproducten van) twee dopinggeduide stoffen en 1 urinemonster bevatte (een afbraakproduct van) een dopinggeduide stof en een verhoogde T/E ratio). In 85 van de 110 gevallen werden er stoffen in de categorie anabole middelen gevonden. Acht maal betrof het (afbraakproducten van) cannabis en twaalf maal werden er stimulantia aangetroffen. Het percentage in de categorie anabole middelen steeg in 2011 met 37%. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door het hoge aantal monsters met een T/E ratio groter dan 4 of een atypisch steroïdprofiel.

Tabel 5 Aangetroffen stoffen en initieel afwijkende bevindingen
Naam stof20102011
Anabole middelen 62 85
(T/E-ratio >4 - 51
(Atypische steroid profiel - 30
(Aangetroffen stoffen - 4
Peptide hormonen, groeifactoren en verwante stoffen 0 1
Bèta-2 agonisten 4 3
Anti-oestrogene middelen 0 0
Diuretica / maskerende middelen 2 0
Stimulantia 12 12
Cannabinoïden 6 8
Glucocorticosteroïden 1 3
Bètablokkers 0 1
Totaal 87 113

In 2011 is in meerdere groepen van stoffen een toename te zien waaronder het gebruik van cannabinoïden. In 2011 is opnieuw geen bevinding gedaan in de categorie ‘anti-oestrogene middelen’. De categorie diuretica/maskerende middelen is in 2011 gedaald naar 0.

Aanhangig gemaakte zaken

De Dopingautoriteit heeft in 2011 28 zaken in 23 verschillende sporten aanhangig gemaakt omdat deze mogelijk in strijd waren met de reglementen van de betreffende bond. Het betrof 23 maal een mannelijke sporter en 5 maal een vrouwelijke sporter.

Vier van deze 28 zaken vloeiden voort uit een dopingcontrole die buiten wedstrijdverband werd uitgevoerd, de overige 24 uit een dopingcontrole die binnen wedstrijdverband werd uitgevoerd. Dit grote verschil vloeit voort uit het feit dat 17 van de overtredingen die binnen wedstrijdverband werden vastgesteld betrekking hadden op stoffen die ook alleen binnen wedstrijdverband verboden zijn.

In vier van deze 28 gevallen is het resultaatmanagement door de Dienst Medisch Verantwoord Sporten van de Vlaamse Overheid overgedragen aan de Dopingautoriteit, daar de gecontroleerde sporters Nederlandse staatsburgers waren en/of zij geen lid waren van een Vlaamse sportbond, maar wel lid van een Nederlandse sportbond.

In acht urinemonsters werden door de laboratoria (metabolieten van) cannabis aangetroffen. Het betrof in het jaar 2011 acht verschillende sportdisciplines. Dit is een stijging ten opzichte van 2010 (6 urinemonsters).

Het percentage aangedragen zaken, inclusief de vier controles verricht door de Vlaamse overheid, bedraagt 1,4% (28 zaken onder nationale anti-dopingregelgeving op 1.965 contingentcontroles). Dit percentage ligt iets boven het geformuleerde streven voor 2011 van maximaal 1% dopingovertredingen bij Nederlandse sporters.

Tabel 6 – Belastende analyse resultaten en niet analytische bevindingen in 2011
Sportbond bevinding/stof aantal afhandeling door sportorganisatie
Atletiek 3 whereabouts-fouten in 18 maanden 1 tuchtcommissie ISR: 1 jaar schorsing
Cricket metaboliet van cannabis 1 sportbond: 6 maanden schorsing
Dansen (metaboliet van) methylfenidaat 1 na aangifte alsnog medische dispensatie afgegeven (niet TP)
Golf (metaboliet van) MDMA 1 sportbond: 1 jaar schorsing
Handbal methylhexanamine 1 sportbond: 4 maanden schorsing na beroepsprocedure
Handboogschieten propranolol 1 tuchtcommissie ISR: waarschuwing en berisping
Hockey metaboliet van cannabis 1 sportbond: 3 maanden schorsing
Hockey terbutaline 1 na aangifte alsnog medische dispensatie afgegeven (niet TP)
Honk- en softbal formoterol en T/E-ratio >4 (vervolgonderzoek negatief) 1 sportbond: berisping
Honk- en softbal metaboliet van cannabis 1 sportbond: waarschuwing en berisping na beroepsprocedure
IJshockey methylhexanamine 1 sportbond: 5 maanden schorsing
Judo methylhexanamine 1 sportbond: waarschuwing en berisping na beroepsprocedure; WADA in beroep bij CAS
Kanovaren metaboliet van cannabis 1 sportbond: vrijspraak; Dopingautoriteit in beroep
Klim- en bergsport formoterol  1 na aangifte alsnog medische dispensatie afgegeven (niet TP)
Korfbal weigering / (poging tot) gebrekkige medewerking 1 sportbond: vrijspraak, na beroepsprocedure
Krachtsport metaboliet van cannabis en methylhexanamine 1 zaak aanhangig bij sportbond
Krachtsport (niet NL) weigering / (poging tot) gebrekkige medewerking 1 sportbond: zaak niet aangedragen bij tuchtcommissie
Motorsport metaboliet van cannabis 1 tuchtcommissie ISR: waarschuwing en berisping
Roeien methylfenidaat 1 zaak aanhangig bij sportbond
Rugby methylhexanamine 1 sportbond: waarschuwing en berisping
Rugby metaboliet van methylfenidaat 1 na aangifte alsnog medische dispensatie afgegeven (niet TP)
Squash metaboliet van cannabis 1 zaak aanhangig bij sportbond
Triathlon prednison en prednisolon 1 na aangifte alsnog medische dispensatie afgegeven (niet TP)
Wielrennen metaboliet van methyltestosteron 1 zaak aanhangig bij sportbond
Wielrennen recombinant humaan erythropoëtine (rhEPO) 1 tuchtcommissie ISR: 2 jaar schorsing
Wielrennen weigering / (poging tot) gebrekkige medewerking 1 tuchtcommissie ISR: 1 jaar schorsing na beroepsprocedure
Wielrennen weigering / (poging tot) gebrekkige medewerking 1 tuchtcommissie ISR: vrijspraak
Zwemmen (niet NL) metaboliet van cannabis 1 sportbond: 5 maanden schorsing
Totaal   28  

Stand van zaken bij het afsluiten van het jaarverslag.
(ISR = Instituut Sport Rechtspraak, NDR= Nationaal Doping Reglement)